Trent Palmer zoekt thermiek in het zweefvliegtuig Arcus J
Bushpiloot Trent Palmer vliegt zonder zweefvliegervaring mee in de Arcus J van Gordon Boettger en zoekt boven Lake Tahoe zelf zijn eerste thermiek.
De video uitgelegd
De Arcus J met straalmotor
Trent Palmer is bushpiloot en vliegt vooral staartwieltoestellen, maar in een zweefvliegtuig heeft hij nauwelijks gezeten. In deze video stapt hij in bij Gordon Boettger, eigenaar van een Arcus J. Dat is een tweezits hoogprestatiezweefvliegtuig van Schempp-Hirth met een spanwijdte van bijna 66 voet (ruim 20 meter) en een glijgetal van ongeveer 50 op 1: vanaf een mijl hoogte komt hij onder ideale omstandigheden zo'n 50 mijl ver. In de romp zit een uitklapbare straalmotor waarmee het toestel op eigen kracht kan opstijgen. Daarna klapt de motor weg en is de Arcus weer een echt zweefvliegtuig. Volgens Trent bestaan er maar drie Arcus J's. Gordon en zijn copiloot Bruce Campbell vlogen er in één vlucht meer dan 1.900 mijl mee en bleven ruim 18 uur in de lucht. Later vlogen ze van Minden in Nevada naar Dodge City in Kansas en zetten ze twee Noord-Amerikaanse afstandsrecords neer.
Gordon Boettger: van zweefvliegen naar de Boeing 777
Gordon begon met vliegen toen hij 13 was. Op zijn 14e verjaardag ging hij solo in een zweefvliegtuig, op zijn 16e in een motorvliegtuig. Daarna vloog hij acht jaar bij de Amerikaanse marine, met twee uitzendingen op twee verschillende vliegdekschepen. Nu vliegt hij al 31 jaar voor FedEx, inmiddels op de Boeing 777. Trent vertelt dat zijn allereerste vlucht in een klein vliegtuig ooit een zweefvlucht was, in Truckee toen hij op de middelbare school zat. Hij heeft hoogtevrees en houdt niet van turbulentie, terwijl zweefvliegers juist die onrustige lucht opzoeken. Het doel van de dag: kan hij als bushpiloot met zo weinig mogelijk uitleg zelf stijgende lucht vinden en daarin hoogte vasthouden of winnen?
Zelfstart vanaf Minden
Het toestel kan ook achter een sleepvliegtuig worden opgesleept, maar vandaag starten ze op eigen kracht. Met de gashendel stationair drukt Trent de startschakelaar in en komt de straalmotor op toeren. Gordon noemt een stuwkracht van ongeveer 260 pond. Bij het taxiën houdt Trent het hoofdwiel aan de rechterkant van de taxibaan, omdat de linkervleugeltip anders door het zand gaat. Na de start bouwt hij snelheid op, omdat de straalmotor luchtstroom nodig heeft, en trekt hij de flaps in stappen in tot 85 knopen. Gordon kijkt ondertussen steeds of ze de baan nog kunnen halen, of anders een veld in de buurt. Daarna gaat het landingsgestel omhoog. Op ongeveer 10.600 voet zet Trent de motor uit, trekken ze de zekeringen van het brandstofsysteem en gaat de zuurstof op. Boven Emerald Bay doet Gordon nog een looping, ingezet met 110 knopen en ongeveer 3 g. Het is Trents eerste looping ooit.
Zelf thermiek zoeken boven Tahoe
Boven Lake Tahoe neemt Trent de besturing over. Hij merkt dat de rolroeren zwaarder gaan dan hij had verwacht en dat het toestel aanvoelt als zijn Cub. Gordon legt uit waar het bij overlandvliegen om draait. Je stopt niet in elke thermiekbel: blijf je hangen in 300 voet per minuut, dan mis je misschien een bel van 800 voet per minuut waarin je veel sneller klimt. Ook met een motor aan boord blijf je altijd binnen glijbereik van een landingsmogelijkheid, omdat die motor niet altijd weer aanslaat. Als Trent vraagt of links of rechts draaien uitmaakt, zegt Gordon dat een vleugel die omhoogkomt aangeeft aan welke kant de stijgende lucht zit; voel je niets, dan is het vaak vijftig vijftig. Trent draait zelf liever naar rechts, Gordon als oud-marinevlieger liever naar links. Na een paar keer de rand van een bel te hebben geraakt, vliegt Trent langzamer, rond 60 knopen, voor een kleinere draaicirkel in de kern. Dan zit hij in een bel van 800 voet per minuut. Gordon prijst vooral zijn gebruik van het richtingsroer.
Eindglijvlucht naar Minden
Op de terugweg zitten ze op 12.700 voet, zo'n 30 mijl van Minden, met 106 knopen grondsnelheid en ongeveer 90 knopen aangewezen snelheid. De vluchtcomputer berekent dat ze met 4.200 voet over boven Minden aankomen. Voor Trent is dat moeilijk te bevatten: als hij in zijn eigen toestel iets boven de motorkap ziet, haalt hij het niet. Na de landing taxiën ze terug naar de hangar. Volgens Gordon zijn ze die dag tot Yosemite gevlogen, ruim 200 mijl, langs Tioga Pass en Sonora Pass, en deed Trent 99 procent van het vliegwerk. Onder de cumuluswolken vonden ze stijgen tot 1.000 voet per minuut en klommen ze tot ongeveer 16.000 voet.
Wat een zweefvliegtuig kost
Op de vraag wat een instapzweefvliegtuig kost, zegt Gordon dat je voor 15.000 tot 20.000 dollar al iets hebt dat ook voor overlandvluchten redelijk presteert. Hij noemt zweefvliegen de beste manier om te leren vliegen, omdat je er de basisvaardigheid mee leert die piloten "stick and rudder" noemen, en gevoel voor energiemanagement krijgt. Dat hielp hem later bij landingen op het vliegdekschip, waar hij de turbulentie achter het schip al aanvoelde. Trent vertelt na afloop dat het veel leuker was dan hij had verwacht, en dat er op 10 mijl van zijn huis een zweefvliegveld ligt.