Waarom zoveel piloten te veel sturen
Boeing 737-gezagvoerder Command T legt uit waarom zoveel piloten te veel sturen en hoe je de evenwichtsstand van de besturing leert voelen.
De video uitgelegd
Command T vliegt al elf jaar op de Boeing 737 en heeft ongeveer 8.500 uur op straalvliegtuigen, kleine vliegtuigen en in de kunstvliegerij. In deze video gaat hij in op overcontrolling: te veel en te schokkerig sturen. Volgens hem doen leerlingen het, maar ook testvliegers en zeer ervaren gezagvoerders. Hij belooft een praktische vuistregel die hij zelf nooit van een vlieginstructeur heeft gekregen. Het kostte hem jaren om die zelf te ontdekken.
Ook ervaren piloten doen het
Als first officer vloog Command T met gezagvoerders die veel meer ervaring hadden dan hij nu. Zodra zij de autopilot uitzetten, veranderde een rustige vlucht in een reeks bewegingen naar links, rechts, omhoog en omlaag. De passagiers achterin voelden elke correctie. Meer vlieguren helpen om aan een toestel te wennen, zegt hij, maar lossen de gewoonte niet vanzelf op. Het eerste kenmerk is de hoge frequentie van de stuurbewegingen. Vaak zou het al helpen om de stuurhoorn even stil te houden en te kijken wat het vliegtuig zelf doet.
De stuurknuppel hoeft niet terug naar het midden
Het tweede kenmerk ziet hij bij iedereen die te veel stuurt, van gyrocopter tot F-15 en verkeersvliegtuig. Die piloten zien de middenstand van de stuurhoorn of stuurknuppel als vertrekpunt. Het toestel drijft af, de piloot geeft een snelle, schokkerige correctie en zet de besturing meteen weer in het midden. Daarna drijft het toestel opnieuw af en begint alles van voren af aan.
Het punt waarop alle krachten in evenwicht zijn, ligt bijna nooit precies in het midden, legt hij uit. Het kan een beetje druk naar voren zijn of een tikje rechterrolroer. Dat punt verschuift ook steeds met de wind. Het vliegtuig voelen betekent dat je voortdurend naar die evenwichtsstand zoekt. Drijft het toestel rustig naar links, dan geef je rustig een beetje rechts en houd je dat vast tot je het nieuwe evenwicht hebt gevonden. In rustige lucht kun je de besturing daar even vasthouden tot de volgende correctie nodig is. Daarnaast moet het ritme van je stuurbewegingen passen bij wat het vliegtuig doet. In onweer kan een windvlaag een vleugel in een oogwenk 20 graden optillen. Dan moet je net zo snel reageren, maar ook dan hoeft de besturing niet terug naar het midden.
Vooruitdenken in plaats van reageren
Tot slot waarschuwt Command T voor te reactief vliegen. Sommige verkeersvliegers wachten tot de flight director aangeeft wat ze moeten doen. Op een approach met veel windvlagen zegt het gevoel in je zitvlak volgens hem meer dan welk instrument ook. Met ervaring voel je het toestel zakken en corrigeer je met standhoek en stuwkracht voordat de flight director erom vraagt. Rustig sturen geeft passagiers een comfortabelere vlucht en maakt het vliegen nauwkeuriger. Zijn advies geldt volgens hem voor simvliegers, aspirant-verkeersvliegers en straaljagerpiloten.