Phobos: Japanse missie naar maan van Mars
Japan stuurt een sonde naar Phobos, de grootste maan van Mars. Rob van den Berg van Sterrenwacht Sonnenborgh legt uit wat de missie gaat onderzoeken.
De video uitgelegd
Een sonde op weg naar Phobos
In deze video van De Telegraaf bespreekt de verslaggever met Rob van den Berg van Sterrenwacht Sonnenborgh de Japanse missie naar Mars, of preciezer: naar de maan Phobos. De reis duurt ongeveer tien maanden. Het onbemande toestel noemt Van den Berg een sonde, al zou je het ook een satelliet kunnen noemen. Phobos is de grootste van de twee manen van Mars, maar in astronomische termen nog steeds een klein rotsblok van 20 tot 25 kilometer groot.
Waar komen de maantjes van Mars vandaan?
Het is in eerste instantie een wetenschappelijke missie. Volgens Van den Berg denken wetenschappers dat de twee maantjes eigenlijk asteroïden of planetoïden zijn die Mars miljarden jaren geleden heeft ingevangen. Een andere mogelijkheid is dat er ooit een enorm rotsblok op Mars is neergestort en dat het puin dat de ruimte in werd geslingerd de twee maantjes heeft gevormd. Het eerste doel van de missie is uitzoeken welke van de twee verklaringen klopt.
Een natuurlijk ruimtestation rond Mars
Op de vraag wat je met die kennis doet, wijst Van den Berg op de verwachting dat de mensheid ooit naar Mars gaat. Phobos is dan een soort natuurlijk ruimtestation, vergelijkbaar met het internationale ruimtestation ISS maar veel groter en in een baan rond Mars. Je zou er volgens hem makkelijk een basis kunnen bouwen, om vanaf daar relatief eenvoudig naar het oppervlak van Mars af te dalen of weer terug te keren richting de aarde. Dat zijn plannen voor de verre toekomst, maar er wordt wel naar gekeken. Water verwacht hij op zulke kleine rotsblokken niet, hooguit wat delfstoffen, en je bent er bijna gewichtloos.
Kort landen en materiaal meenemen
De sonde gaat zelfs heel even op Phobos landen, materiaal van de maan opscheppen en dat meenemen naar de aarde. Door dat materiaal op aarde te onderzoeken, wordt beter duidelijk wat de samenstelling van de maan is. De verslaggever noemt het een huzarenstukje op een krankzinnige afstand. Op zijn dichtst staat Mars rond de 50 tot 55 miljoen kilometer van de aarde, maar de sonde vliegt naar de plek waar Mars over tien maanden is, met een grote bocht. De afstand die de sonde aflegt, ligt volgens Van den Berg daardoor eerder richting de 100 miljoen kilometer.