Arcus J: een zweefvliegtuig met straalmotor van dichtbij
Trent Palmer loopt met de piloot van een Schempp-Hirth Arcus J rond, een tweezits zweefvliegtuig met een kleine straalmotor. Ze bespreken het glijgetal, de instrumenten, de motor en lange vluchten in golfstijgwind, ook 's nachts.
VOLGENDE STAP · ANTWOORDWat zijn de verschillen tussen een een-, twee- of viermotorig vliegtuig en een zweefvliegtuig qua kosten en bestuurbaarheid?Het antwoord uit de kennisbank, met bronnenDe video uitgelegd
Trent Palmer vloog eerder mee in een zweefvliegtuig met straalmotor en vroeg zijn kijkers of ze het toestel van dichtbij wilden zien. In deze video loopt hij met de piloot rond de Schempp-Hirth Arcus J, een Duits tweezits zweefvliegtuig met een spanwijdte van 20 meter. De J staat voor de straalmotor. Het toestel is volgens de piloot ongeveer acht jaar oud.
Weinig weerstand en een groot glijgetal
Bij een zweefvliegtuig draait alles om zo weinig mogelijk weerstand. De piloot wijst op de afdichtingen bij de roeren en op de winglets. Het glijgetal is minstens 50 op 1: van 5.300 voet hoogte glijd je in stille lucht ongeveer 50 mijl ver. Zonder remkleppen daalt het toestel zo'n 100 voet per minuut, met de remkleppen uit kan dat oplopen tot ongeveer 3.000 voet per minuut. Een automatisch flapsysteem stelt de kleppen steeds in op de snelheid. Daarvoor gebruikt een computer onder meer de g-belasting en de gegevens van de pitotbuis. In stijgwind vliegt de piloot bij voorkeur rond de minimale daalsnelheid, ongeveer 50 tot 55 knopen.
De cockpit en vliegen in het donker
In de cockpit zitten een transponder, een radio en een LX9000-vliegcomputer. Die kent de prestaties van het toestel, berekent de wind en laat zien welke vliegvelden binnen glijbereik liggen. Het toestel heeft verlichting voor nachtvluchten. Bij golfstijgwind in de bergen vliegt de piloot ook 's nachts, met een nachtkijker. Daarmee ziet hij wolken en vocht, waar het toestel zonder ijsbescherming uit moet blijven. Lenticulaire wolken verraden ook waar de stijgwind zit. Bovendien kan hij zo landen op een veld zonder baanverlichting. Een simpel draadje op de kap is volgens hem een van de belangrijkste instrumenten. Omdat de romp kort is en de vleugels lang, moet je in een bocht veel voetenstuur geven om recht te blijven vliegen. Elke slip kost glijgetal.
De straalmotor, zuurstof en accu's
De motor is een turbojet uit Tsjechië van ongeveer 39 pond. Hij levert zo'n 260 pond stuwkracht, genoeg voor 600 tot 700 voet per minuut klimmen op een rustige dag. De motor wordt vooral gebruikt om zelf op te stijgen. Binnen vijf tot tien minuten moet de piloot stijgwind vinden. Dan zet hij de motor uit, die na twee minuten afkoelen weer intrekt. Er gaat ongeveer 23,5 gallon brandstof in, waarvan een start zo'n vijf gallon kost. Herstarten in de lucht is mogelijk, maar niet gegarandeerd, dus het toestel moet altijd binnen glijbereik van een landingsplek blijven. Voor vluchten op grote hoogte zijn er vier zuurstofflessen en een sensor die het zuurstofgehalte in het bloed meet. De piloot vloog al eens achttien en een half uur, waarvan de helft in het donker. De drie accu's van 30 ampère zijn volgens hem de beperkende factor. Er zijn volgens de piloot maar drie Arcus-toestellen met zo'n straalmotor. Het toestel weegt ongeveer 1.100 pond, mag maximaal zo'n 1.600 pond wegen en heeft een maximumsnelheid van 151 knopen.