TNO-onderzoek voor Noord-Holland: luchtvaart sterk rond Schiphol, maar geen kernpositie in strategische economie
Door Loes, met de Airwork-redactie
4 bronnen · 21 sep, 17:00

TNO deelt de luchtvaart in bij de 'selectieve posities': sterk geconcentreerd rond Schiphol, maar met een beperkte kennisbasis, grote internationale afhankelijkheid en een onzekere maatschappelijke bijdrage. Alleen biotechnologie en plantveredeling krijgen een kernpositie.
Luchtvaart hoort volgens TNO niet bij de economische activiteiten waarin Noord-Holland een kernpositie heeft. In een onderzoek naar de strategische economische belangen van de provincie plaatst het onderzoeksinstituut de sector in de groep met een 'selectieve positie': Noord-Holland is er op onderdelen sterk in, maar niet over de hele breedte. Over de bijdrage van luchtvaart aan maatschappelijke doelen is volgens TNO bovendien onzekerheid, vooral vanwege de duurzaamheidsopgave. Het rapport is een bouwsteen voor de nieuwe omgevingsvisie van de provincie, waarin keuzes worden gemaakt over het gebruik van de schaarse ruimte.
TNO schreef het rapport, gedateerd 28 april 2026, in opdracht van de provincie Noord-Holland, de Metropoolregio Amsterdam en het Programmabureau Noordzeekanaalgebied. Gedeputeerde Staten stuurden het op 7 mei naar Provinciale Staten. Voor 21 september stond een technische toelichting voor de Statencommissie Bestuur gepland.
Een dartbord met 27 activiteiten
De onderzoekers bekeken niet de hele Noord-Hollandse economie, maar 27 activiteiten die in Europees en nationaal beleid als mogelijk strategisch worden genoemd, van windenergie en datacenters tot staal, maritieme industrie en luchtvaart. Elke activiteit is langs twee lijnen beoordeeld. De eerste is het maatschappelijk belang: hoe breed en hoe zeker draagt een activiteit bij aan toekomstig verdienvermogen, veiligheid en weerbaarheid, duurzaamheid en circulariteit, en gezondheid en welzijn? De tweede is de systeempositie van Noord-Holland: hoe sterk is de regio gespecialiseerd, hoe kennisintensief en verweven met andere sectoren is de activiteit, en hoe zelfstandig is de regio erin?
De uitkomst is samengevat in een dartbord met vier ringen. In de binnenste ring, de kernposities, staan alleen biotechnologie en plantveredeling met zaadtechnologie. Daaromheen liggen de systeemdragende activiteiten, zoals datacenters, kunstmatige intelligentie, cybersecurity, medische technologie en windenergie. Luchtvaart staat in de derde ring, bij de selectieve posities, samen met onder meer de maritieme industrie, sensoriek en slimme energiesystemen. Binnen die ring hoort luchtvaart bij het deel waar TNO meer onzekerheid ziet, naast voedingsmiddelen, quantumtechnologie, nieuwe materialen en de staalindustrie.
Sterk door Schiphol, afhankelijk van de wereld
Op specialisatie scoort luchtvaart hoog. Gemeten naar werkgelegenheid is de sector in Noord-Holland ruim vier keer zo sterk vertegenwoordigd als gemiddeld in Nederland. Dat komt volgens TNO doordat het Schiphol-cluster, de luchthaven met toeleveranciers en aanverwante diensten, een uitzonderlijk groot deel van de Nederlandse luchtvaartbanen en toegevoegde waarde bundelt. Ook internationaal valt die concentratie op: op wereldschaal noemt TNO vooral plantveredeling en luchtvaart als activiteiten waarin Noord-Holland duidelijk onderscheidend is. De onderzoekers wijzen daarbij op de rol van Schiphol als een van de drukste en best verbonden luchthavens van Europa.
Op de andere onderdelen is het beeld zwakker. TNO telt over de afgelopen tien jaar ongeveer 29 aan luchtvaart gerelateerde patenten en geeft de sector relatief lage scores voor complexiteit en voor verwantschap met andere activiteiten in de regio. Volgens het rapport is luchtvaart sterk afhankelijk van internationale technologie, regelgeving en netwerken, en heeft de regio er een belangrijke verbindende rol maar weinig autonomie. TNO tekent wel aan dat de complexiteitsmaat relatief is: die zegt iets over de positie ten opzichte van de andere onderzochte activiteiten, niet over hoe complex een sector in absolute zin is.
Bij het maatschappelijk belang erkent TNO dat luchtvaart economisch van groot belang is en bijdraagt aan het verdienvermogen. Tegelijk wordt de sector in beleidsdocumenten in verband gebracht met duurzaamheidsopgaven. In het bijlagenrapport noemt TNO onder meer dat de Nederlandse luchtvaart in 2024 volgens het CBS 6,6 procent van de CO2-uitstoot van de Nederlandse economie veroorzaakte, en dat ongeveer 2,1 miljoen mensen volgens het RIVM worden blootgesteld aan vliegtuiggeluid boven de advieswaarde. Daar staat tegenover dat de NCTV de afhandeling van vluchten en vliegtuigen heeft aangemerkt als vitaal proces.
Geen ranglijst, wel een keuzekader
TNO benadrukt zelf dat het dartbord geen ranglijst is en geen automatische prioriteit oplevert. Het rapport noemt de indeling een momentopname, deels gebaseerd op kwalitatieve inschatting, die kan verschuiven door technologie, beleid en geopolitiek. Het doel is volgens de onderzoekers het gesprek te structureren over welke activiteiten de provincie wil concentreren, faciliteren, verbinden of juist begrenzen, nu ruimte, arbeid, energie en grondstoffen schaars zijn. Voor luchtvaart zijn volgens TNO vooral infrastructuur en ruimte de knelpunten.
Gedeputeerde Staten willen op basis van het onderzoek plant- en zaadveredeling en biotechnologie aanwijzen als clusters van strategisch economisch belang, liet gedeputeerde Esther Rommel (Economie) aan NH Nieuws weten. De uitkomsten worden met andere onderzoeken verwerkt in een Toekomstbeeld van de economie, dat volgens de provincie op 30 november in de Statencommissie Bestuur wordt besproken. Provinciale Staten moeten de omgevingsvisie naar verwachting eind dit jaar bespreken en vaststellen.
Wat betekent dit voor piloten en de sector?
Op korte termijn verandert er voor wie bij een airline werkt of een vliegopleiding volgt niets. Het rapport doet geen uitspraak over vluchten, capaciteit of banen op Schiphol; het aantal vliegbewegingen wordt landelijk geregeld door het Rijk en niet door de provincie. Het gaat om een afwegingskader voor provinciaal ruimtelijk-economisch beleid, zoals de vraag waar bedrijventerreinen en andere ruimte voor economische activiteiten komen.
Wel laat het onderzoek zien hoe regionale beleidsmakers naar de sector kijken. Luchtvaart wordt niet meer vanzelf als speerpunt gezien, maar afgewogen tegen andere activiteiten die om dezelfde ruimte, energie en arbeidskrachten vragen. Tegelijk bevestigt het rapport hoe sterk de Nederlandse luchtvaartwerkgelegenheid rond Schiphol is geconcentreerd. Voor (aspirant-)piloten, technici en ander luchtvaartpersoneel blijft Noord-Holland daarmee de belangrijkste regio van het land. Hoe zwaar de provincie de bevindingen over luchtvaart laat meewegen, wordt pas duidelijk bij het Toekomstbeeld van de economie en de nieuwe omgevingsvisie.
Praat mee
Nog geen reacties. Wat vind jij ervan?
Meer over airlines en werkgevers
NIEUWS · AIRLINES EN WERKGEVERSBelgië: Brussels Airport telt voor de zesde maand op rij meer dan twee miljoen passagiers

