Oostenrijkse militaire vliegers gaan ook voor Austrian Airlines vliegen
Door Loes, met de Airwork-redactie
3 bronnen · 29 sep, 21:30

Het Oostenrijkse leger en Austrian Airlines testen een model waarin militaire piloten het jaar verdelen over de luchtmacht en de lijnvaart. Twee vliegers zijn begonnen aan hun A320-type rating.
De luchtstrijdkrachten van het Oostenrijkse Bundesheer en Austrian Airlines gaan piloten met elkaar delen. In een proefproject vliegen militaire vliegers straks een deel van het jaar voor de krijgsmacht en een deel van het jaar in de lijnvaart. Ze blijven daarbij in dienst van het leger.
Maandag 28 september zijn de eerste twee deelnemers, een helikopterpiloot en een jetpiloot van het Bundesheer, bij Austrian Airlines begonnen aan hun type rating voor de Airbus A320. De basisbevoegdheid voor vliegtuigen met vaste vleugels en de benodigde licenties hebben zij al tijdens hun militaire opleiding gehaald. Voor het werk in de lijnvaart ontbreekt dus vooral nog de training op het specifieke toestel.
Winter bij het leger, zomer bij de airline
De typeopleiding moet in de zomer van 2027 klaar zijn. Daarna vliegen de twee eerst mee in de gewone passagiersoperatie van Austrian Airlines. Het eigenlijke deeltijdmodel gaat in 2028 van start. Van november tot en met april vliegen de piloten dan voor de luchtmacht, van mei tot en met oktober zitten ze in de cockpit van een Austrian-A320.
Die verdeling past bij de belangen van beide partijen. Austrian Airlines ziet in het model vooral een manier om de grotere vraag naar cockpitpersoneel in het zomerseizoen op te vangen. De luchtmacht wil vooral ervaren vliegers langer vasthouden.
Militaire kennis behouden
Oostenrijkse militaire piloten kunnen nu na hun verplichte diensttijd van minimaal acht jaar het leger verlaten en volledig overstappen naar de burgerluchtvaart. Met het nieuwe model moeten deelnemers nog tien jaar lang minstens zes maanden per jaar voor de luchtstrijdkrachten blijven vliegen. Zo wil het leger voorkomen dat de kennis en vaardigheden van uitgebreid opgeleide vliegers verdwijnen, en tegelijk een groep reservepiloten opbouwen. Na het eerste gezamenlijke seizoen wordt het project geëvalueerd. Dan valt ook het besluit of meer militaire piloten kunnen instromen.
Nederlandse regeling met KLM
In Nederland werken Defensie en KLM op een vergelijkbaar terrein samen, al is de opzet anders. Op 22 september ondertekenden commandant Lucht- en Ruimtestrijdkrachten luitenant-generaal André Steur en Eimert Bult, Executive Vice President Flight Operations van KLM, op Vliegbasis Volkel een samenwerkingsovereenkomst. Daarmee kregen afspraken uit een convenant van juli vorig jaar een juridische en praktische basis.
De Nederlandse regeling richt zich op oud-gevechtsvliegers die van de luchtmacht naar KLM zijn overgestapt. Zij kunnen als reservist-vlieger inzetbaar blijven voor de F-35. De eerste groep begint in januari 2027 en houdt de belangrijkste vaardigheden op peil met maandelijkse trainingen in de simulator. Bij een escalatie of conflict moeten ze na een korte, intensieve trainingsperiode inzetbaar zijn. KLM stelt de vliegers daarvoor beschikbaar via een variant op het Sponsored Reserves-model, een vorm van collegiale uitleen waarbij zij hun arbeidsvoorwaarden bij de airline behouden.
Het verschil zit vooral in de richting. In Nederland blijven verkeersvliegers die ooit bij de luchtmacht vlogen beschikbaar voor Defensie. In Oostenrijk stappen militaire vliegers die nog in dienst zijn deels over naar de lijnvaart. Het doel is in beide landen hetzelfde: de kennis van hoog opgeleide militaire piloten niet kwijtraken aan de burgerluchtvaart.
Praat mee
Nog geen reacties. Wat vind jij ervan?
Meer over defensie
NIEUWS · DEFENSIEWitte Huis houdt Politico van boord Air Force One, ondanks rechterlijk bevel over perstoegang

