Waarom het onderzoek naar de fatale solovlucht bij Seppe nog altijd niet is afgerond
Door Loes, met de Airwork-redactie
29 apr, 17:00
Op 31 juli vorig jaar verongelukte een lesvliegtuig van Breda Aviation op de A58, ter hoogte van Sint Willebrord. De 67-jarige leerling-piloot kwam bij het ongeval om het leven. Inmiddels zijn we ruim negen maanden verder, maar het onderzoek naar de oorzaak van de crash is nog altijd niet afgerond. Waarom duurt het zo lang? En wat weten we tot nu toe?
Grondig en tijdrovend
De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) benadrukt dat luchtvaartonderzoeken altijd “gedegen en grondig” zijn. In veel gevallen streeft de OVV ernaar om een rapport binnen een jaar af te ronden, maar dit is geen garantie. Elk onderzoek is maatwerk, zeker wanneer er dodelijke slachtoffers vallen en meerdere scenario’s moeten worden uitgesloten.
Dat betekent onder meer het analyseren van vluchtgegevens (indien beschikbaar), gesprekken met betrokkenen, technische inspectie van wrakstukken, en het reconstrueren van de vlucht op basis van radar- en communicatiegegevens. In dit specifieke geval werd eind 2024 nog een oproep gedaan aan ooggetuigen om zich te melden. Volgens de OVV zijn daar “enkele reacties” op gekomen, maar inhoudelijke details worden voorlopig niet gedeeld.
De vlucht
De leerling-piloot van Breda Aviation was die middag bezig met touch-and-go-oefeningen vanaf Breda International Airport (Seppe). Voor wie het niet weet: bij een touch-and-go stijg je op, land je kort en maak je direct weer een doorstart – een standaard onderdeel van de vliegopleiding.
Twee van deze manoeuvres verliepen zonder problemen. Bij de derde ging het mis. Kort na de start verloor het vliegtuig hoogte en stortte neer op de A58. Het toestel vloog vrijwel direct in brand. Op de snelweg was het op dat moment relatief druk, maar door puur geluk raakten geen andere weggebruikers gewond. De crash leidde tot grote verkeerschaos, maar vooral tot diepe verbijstering in de luchtvaartgemeenschap.
Solo, maar onder begeleiding
De leerling-piloot uit Roosendaal vloog solo, wat gebruikelijk is in dit stadium van de opleiding. Hoewel er geen instructeur naast hem zat in de cockpit, stond hij in radiocontact met een instructeur op de grond. Dat is gangbare praktijk bij solo-oefenvluchten. De leerling had al meerdere uren gevlogen onder begeleiding en was op het punt gekomen dat hij zelfstandig mocht oefenen.
Dit roept natuurlijk vragen op over wat er precies misging: technische problemen? Menselijke fouten? Of wellicht een medische oorzaak? Totdat de OVV haar definitieve rapport publiceert, blijft dat gissen.
Waarom dit belangrijk is voor elke piloot
Voor (aspirant-)piloten zijn dit soort ongevallen pijnlijk, maar ook leerzaam. De luchtvaartveiligheid in Nederland behoort tot de hoogste ter wereld – mede dankzij grondige onderzoeken zoals deze. Elk incident levert inzichten op die bijdragen aan verbeteringen in training, procedures, en technologie.
Bij Airwork volgen we deze zaak op de voet en publiceren we zodra er updates zijn vanuit de Onderzoeksraad. Vergelijkbare casussen, zoals het onderzoek naar het ongeval met een Cirrus SR22 nabij Rotterdam, laten zien dat ook ‘kleine’ ongevallen grote lessen kunnen bevatten.
Blijf op de hoogte via onze nieuws- en artikelensectie of forum, waar we regelmatig dieper ingaan op dit soort voorvallen en de impact op de vliegopleiding en veiligheidscultuur.
Praat mee
Nog geen reacties. Wat vind jij ervan?
Meer over veiligheid en incidenten
NIEUWS · VEILIGHEID EN INCIDENTENCopiloot flydubai FZ1073 wilde aanslag volgens onderzoekers al in juli plegen, maar stelde die uit vanwege bevriend bemanningslid

