Afgezien van de overdreven punktlichkeit en ordentlichkeit en de in sommige gevallen ontbrekende humor:
NRC 31-okt 2006
Na zestig jaar zijn Duitsers nu de leukste buren
door Mark Schenkel
Nederlanders waren tien jaar geleden nog heel negatief over buurland Duitsland. Maar de stemming is omgeslagen. Mede dankzij hip Berlijn.
De grote bewondering in Duitsland in de jaren negentig voor het Nederlandse poldermodel speelt een rol. Net als de sterk toegenomen aantrekkingskracht van Berlijn op toeristen en studenten. En, natuurlijk, het simpelweg vervagen van de oorlogsherinnering. Ergens daartussen zullen wij vast ook invloed hebben uitgeoefend. Maar die is natuurlijk niet meetbaar.
Aldus Lily Sprangers, directrice van het jubilerende Duitsland Instituut Amsterdam (DIA), over mogelijke verklaringen voor de positievere manier waarop de Nederlanders de laatste jaren naar Duitsland zijn gaan kijken. Dit blijkt uit een reeks onderzoeken en enquêtes in Nederland en Duitsland. Twee jaar geleden al constateerde een erkend Duits onderzoeksbureau dat de Nederlanders - samen met de Amerikanen - het meest positief over de Duitsers denken.
Dat is wel anders geweest. In 1993 bleek uit een geruchtmakende enquête van Clingendael dat de Nederlandse jeugd geen enkel ander EU-land zo onsympathiek vond als de Bondsrepubliek. Agressief, was een veelgenoemde associatie. En: de oorlog. De toenmalige Nederlandse ambassadeur in Duitsland, Peter van Walsum, schreef naar aanleiding van het onderzoek in deze krant: Afkeer van de Duitsers is onze nationale variant van vreemdelingenhaat. Het onderzoek wees ook uit: hoe minder kennis van Duitsland, hoe negatiever het beeld. Kortom, zo was de gedachte, als we het publiek beter voorlichten over Duitsland, verbetert het beeld vanzelf.
Een rechtsreeks gevolg was de oprichting van het DIA in 1996, wat morgen wordt gevierd. Het instituut kreeg als expliciete opdracht mee het vergroten van de kennis over Duitsland en het bijstellen van de beeldvorming. De nadruk van de activiteiten ligt op het moderne Duitsland.
De opzet van het DIA was uniek, meent Sprangers. Het aan de Universiteit van Amsterdam gelieerde instituut combineert wetenschap met cultuur, ernstige lezingen met populaire cultuur. Daarin verschilt het van organisaties als het Goethe-instituut, Maison Descartes of puur wetenschappelijke instellingen, die zich op deelgebieden richten. Het DIA verzorgt niet alleen geschiedenisonderwijs voor studenten en promotieplekken voor historici, maar ook excursies voor Nederlandse leraren en lezingen door Duitse politici en schrijvers. Günter Grass, Peter Sloterdijk, ex-bondspresident Richard von Weizsäcker en Egon Bahr - de architect van Willy Brandts beroemde Ostpolitik - passeerden de afgelopen jaren de revue. Voor jeugd en scholieren waren er discoavonden met Duitse hiphop, een uitgebreide website (duitslandweb.nl) en een filmfestival over de DDR. Der Untergang, de hitfilm over de laatste dagen van Adolf Hitler, werd voor het eerst in Nederland vertoond door het DIA, speciaal voor leerlingen van het vmbo. Ook werkt het DIA mee aan een jaarlijkse uitwisseling van Nederlandse en Duitse journalisten.
Wij informeren over wat er gebeurt in Duitsland, maar de richting van die gebeurtenissen bepalen wij natuurlijk niet, relativeert Sprangers de invloed van haar instituut. Zij merkt ook dat Nederlanders anno 2006, na de Amerikanen en Britten, de grootste groep buitenlandse bezoekers vormen van een stad als Berlijn. Maar die stad heeft gewoon een hippe naam, daar profiteren wij van. Vergelijkbaars geldt volgens haar voor de energieke uitstraling van het in Duitsland georganiseerde WK voetbal. Of voor de bewondering die Nederland eind jaren negentig in Duitsland ten deel viel wegens het poldermodel, wat volgens Sprangers omgekeerd leidde tot een grotere waardering voor de Duitsers.
Friso Wielenga onderschrijft dat de Nederlanders positiever zijn gaan denken over de Duitsers. Wielenga is directeur van het Zentrum für Niederlande-Studien in Münster en auteur van een standaardwerk over de Nederlands-Duitse betrekkingen. Hij heeft ook een relativering paraat: dat de Duitsers er automatisch beter vanaf komen in andere landen, naarmate de Tweede Wereldoorlog verder tot het verleden gaat behoren.
Anti-Duitse sentimenten bestaan al eeuwenlang, aldus Wielenga. Natuurlijk, zegt hij, heeft de oorlog een gigantische verslechtering van de verstandhouding veroorzaakt. Maar te weinig aandacht is er volgens hem altijd geweest voor het minderwaardigheidsgevoel dat een klein land doorgaans heeft ten opzichte van een grote buur. Wielenga: Nederland is lange tijd té gefocust geweest op de oorlog als verklaring voor de negatieve sentimenten.
Dat Nederlanders gunstiger zijn gaan denken over Duitsers, heeft dan ook hiermee te maken, zegt hij: De afgelopen tien jaar hadden we gewoon niet zo veel te mopperen over Duitsland. Natuurlijk, er was onenigheid over het Stabiliteitspact, dat Duitsland schond. En over de oorlog in Irak, die Duitsland scherp afkeurde. Maar de emancipatie van het eigen Duitse verleden, die ook blijkt uit deelname aan militaire missies in Kosovo of Afghanistan, is gunstig voor Nederland, aldus Wielenga.
We zijn té gefocust geweest op de oorlog als verklaring voor negatieve sentimenten