De NTSB stelde vast dat de waarschijnlijke oorzaak van het ongeval met Zantop-vlucht 931 was dat het toestel in een ongebruikelijke vliegstand raakte en dat de bemanning de situatie niet kon analyseren voordat de controle volledig verloren ging
1. Volgens de NTSB droeg bij Zantop-vlucht 931 waarschijnlijk een niet nader vastgestelde storing in het systeem van vertical gyro nr. 2 bij, mogelijk in de versterker en bijbehorende circuits, waardoor de kunstmatige horizon van de copiloot onjuiste gegevens kreeg
1. De structurele breuk van Zantop-vlucht 931 kwam volgens de NTSB door overbelasting: de bemanning overbelastte het toestel bij de poging om uit de ongebruikelijke vliegstand te herstellen
1. De Electra van Zantop-vlucht 931 had geen onafhankelijk gevoede reservehorizon aan boord, en dat was voor dit type ook niet verplicht
1. Volgens de NTSB ontstond de brand in de rechtervleugel van Zantop-vlucht 931 pas na het afbreken van de vleugeltip, en waren er geen aanwijzingen voor whirl mode of voor onderhoudsgebreken die het uiteenvallen konden verklaren
1. Het eindrapport van de NTSB over Zantop-vlucht 931 (NTSB/AAR-85/04) werd op 19 maart 1985 vastgesteld
1.