Tijdens de eindnadering van Southwest Airlines-vlucht 345 zette de gezagvoerder de flaps pas op ongeveer 500 voet naar 40 graden, terwijl de stabiele-naderingsregels van Southwest een doorstart eisen als het toestel op 1.000 voet niet in landingsconfiguratie is
1. De NTSB stelde vast dat de waarschijnlijke oorzaak bij Southwest Airlines-vlucht 345 was dat de gezagvoerder een niet-gestabiliseerde nadering probeerde te redden door op lage hoogte de besturing over te nemen in plaats van door te starten
1. Volgens de NTSB droeg bij aan het ongeluk met Southwest Airlines-vlucht 345 dat de gezagvoerder de standaardprocedures van de maatschappij niet volgde, wat wees op slecht crew resource management
1. Het metallurgisch onderzoek van de NTSB naar Southwest Airlines-vlucht 345 vond aan het neuswiel alleen overbelastingsbreuken en geen eerdere defecten
1. De NTSB publiceerde het eindrapport over Southwest Airlines-vlucht 345 (dossier DCA13FA131) op 22 juli 2015
1.