Volgens het TSB hield de gezagvoerder van Northwestern Air-vlucht 738 na de start bewust een lage neusstand en hoge snelheid aan om mogelijke sneeuw van het toestel te blazen, waardoor het vertrek dichter bij de grond verliep dan normaal
2. Bij Northwestern Air-vlucht 738 trok door een buitentemperatuur kouder dan ongeveer 20 graden onder nul en de luchtbelasting bij hoge snelheid een van de hoofdlandingsgestellen, waarschijnlijk het linker, niet volledig in
2. Om het landingsgestel van Northwestern Air-vlucht 738 alsnog te laten intrekken, nam de gezagvoerder vermogen terug; daardoor begon het toestel op 140 voet boven de grond onbedoeld te dalen en raakte het 10 seconden later bomen en terrein
2. Het TSB concludeerde dat de piloten van Northwestern Air-vlucht 738 waarschijnlijk zo in beslag werden genomen door de landingsgestelindicatie en de snelheid dat ze het hoogteverlies pas vlak voor de botsing opmerkten
2. Het TSB stelde bij Northwestern Air-vlucht 738 vast dat Jetstream-piloten van Northwestern Air Lease het probleem met het landingsgestel van dit toestel kenden, het niet in het journaal noteerden en een informele werkwijze hadden ontwikkeld om het gestel te laten vergrendelen
2. Uit de prestatieanalyse van het TSB bleek dat sneeuw op de vleugels de prestaties van Northwestern Air-vlucht 738 niet wezenlijk had verminderd en niet had bijgedragen aan de botsing met de bomen
2. Het TSB publiceerde het eindrapport A24W0008 over Northwestern Air-vlucht 738 op 5 maart 2026; het rapport classificeert het ongeval als een gecontroleerde vlucht tegen de grond
3.