Het onderzoek van CENIPA naar Nordeste-vlucht 115 stelde vast dat de rechtermotor, een Pratt & Whitney Canada PT6A-34, bezweek doordat de statorschoepen van de compressorturbine gescheurd en oververhit waren
2. Bij Nordeste-vlucht 115 waren vier van de 14 koelluchtopeningen van de statorring verstopt met vreemd materiaal, en door losgeraakte isolatie van de T5-busbar wees de temperatuurmeter lager aan dan de werkelijke temperatuur
2. Het onderhoud van Nordeste had bij drie eerdere inspecties van de hete sectie scheuren in de statorring van de rechtermotor van PT-SCU gevonden zonder de onderdelen te vervangen, en die inspecties waren niet door een inspecteur afgetekend
2. In de wrakstukken van Nordeste-vlucht 115 stond de roertrim 6 graden naar links terwijl de rechtermotor was uitgevallen; in de simulator van Embraer bleek vliegen op één motor met die trimstand onmogelijk
2. CENIPA concludeerde dat de start van Nordeste-vlucht 115 had kunnen en moeten worden afgebroken, dat de bemanning nooit simulatortraining voor zo'n noodsituatie had gehad en dat de maatschappij geen programma voor ongevalspreventie had
2. Nordeste-vlucht 115 had geen cockpitvoicerecorder of vluchtdatarecorder aan boord; die waren niet verplicht, waardoor de bediening van de roertrim in het onderzoek niet volledig kon worden vastgesteld
2.