De NTSB stelde vast dat de gezagvoerder van de ATI-DC-8 tijdens de startrol de richtingscontrole verloor en besloot de start voort te zetten en te roteren onder de berekende rotatiesnelheid, waarna het toestel te vroeg loskwam en neerstortte
1. Volgens de NTSB begreep de bemanning van de DC-8 N782AL de startprocedure met drie motoren onvoldoende en paste zij die procedure aan, en zorgde Air Transport International niet voor voldoende ervaring, training en rust
1. Als bijdragende factoren bij het ongeval met Air Transport International noemde de NTSB het tekortschietende FAA-toezicht op de maatschappij en regels die bij een overbrengingsvlucht onder Part 91 een sterk verkorte rustperiode toestonden
1. De boordwerktuigkundige van de ATI-DC-8 berekende de minimale bestuurbaarheidssnelheid op de grond volgens het NTSB 9 knopen te laag, en de beide piloten merkten die fout niet op
1. Het NTSB stelde dat de bemanning van de DC-8 N782AL vermoeid was, maar kon niet vaststellen in welke mate die vermoeidheid aan het ongeval bijdroeg
1. Het eindrapport NTSB/AAR-95/06 over het ongeval met de DC-8 van Air Transport International werd op 30 augustus 1995 vastgesteld
1.