Volgens de TSB werd de doorstart van Air Canada-vlucht 646 ingezet vanuit een situatie met te weinig energie, buiten de grenzen waarvoor de doorstartprocedure gecertificeerd was, vooral doordat het vermogen op stationair stond
1. De TSB concludeerde dat er bij Air Canada-vlucht 646 waarschijnlijk een dunne laag ijs op de voorranden van de vleugels zat, waardoor de veiligheidsmarges van het overtrekbeveiligingssysteem kleiner werden
1. De TSB noemde het, gezien weer, baan en ervaring, twijfelachtig dat de eerste officier de nadering van Air Canada-vlucht 646 mocht vliegen; zijn onervarenheid en gebrek aan training in slecht zicht droegen bij aan het mislukken van de landing
1. De TSB stelde bij Air Canada-vlucht 646 ook vast dat de Canadese regels voor Category I-naderingen ruimer waren dan in de meeste landen en niet in lijn met de ICAO-normen
1. Air Canada-vlucht 646 had geen noodbaken (ELT) aan boord, wat ook niet verplicht was; volgens de TSB vertraagde dat waarschijnlijk het vinden van het toestel en de inzittenden
1. Het eindrapport A97H0011 van de TSB over Air Canada-vlucht 646 werd op 15 april 1999 vrijgegeven
1.