GPWS
Wacht op leden
Diana· 6 mei
Ground Proximity Warning System. Sinds het allereerste begin van de luchtvaart zijn vliegtuigen onopzettelijk in de grond (bergen) of water gevlogen. Dergelijk ongelukken zijn veel minder geworden sinds de invoering van GPWS begin jaren 1970. Toch is Controlled Flight Into Terrain (CFIT) nog steeds één van de belangrijkste oorzaken van doden in commercieel luchtvervoer.
GPWS Mk II (een recente modificatie) is ontwikkelt om audio en visuele waarschuwingen te geven als het vliegtuig een vliegpad heeft dat kan leiden tot een potentieel gevaarlijke situatie. Deze verschillende gevaarlijke omstandigheden die tijdens een vlucht kunnen voorkomen worden verdeeld in vijf modes:
- Mode 1: Excessive descent rate (zeer snel dalingstempo). Deze mode heeft een binnen- en buitengrens. Initiële penetratie activeert de waarschuwingslampen en twee "SINKRATE" audio boodschappen. Wordt er niet gecorrigeerd en gaat het vliegtuig de binnengrens in, dan verandert de audio boodschap in "WHOOP WHOOP PULL UP" dat zich continue zal herhalen tot de onveilige situatie is gecorrigeerd.
- Mode 2: Excessive terrain closure rate (zeer snelle afstandsvermindering tot terrein). Mode 2 has twee sub-modes, 2A and 2B. Mode 2A is actief wanneer de flaps niet in de landings-configuratie staan en 2B is actief wanneer de flaps in landingsconfiguratie staan. Als de grens wordt gepenetreerd gaan de waarschuwingslampen aan en hoort men twee "TERRAIN" boodschappen. Als de situatie niet gecorrigeerd wordt, verandert de audio boodschap "WHOOP WHOOP PULL UP".
- Mode 3: Loss of altitude after takeoff (or go-around) when not in landing configuration (Verlies van hoogte na de start of go-around zonder in landingsconfiguratie te zijn). Bij het penetreren van de grens gaan de waarschuwingslampen aan en klinken twee "DONT SINK" boodschappen.
- Mode 4: Insufficient terrain clearance when not in landing configuration (onvoldoende afstand tot terrein zonder in landingsconfiguratie te zijn). Deze mode heeft eveneens twee sub-modes, 4A en 4B. Wanneer mode 4A is geactiveerd en het landingsgestel niet naar beneden is, gaan de waarschuwingslampen aan en klinkt de boodschap "TOO LOW, TERRAIN". Onder een bepaalde terreinhoogte en snelheid wordt de boodschap gewijzigd in: "TOO LOW, GEAR". Als het landingsgestel naar beneden is maar de flaps zijn niet in landingsconfiguratie, wordt mode 4B geactiveerd en klinkt de "TOO LOW, FLAPS" boodschap.
- Mode 5: Descent below ILS glideslope (daling onder de ILS glideslope). Wanneer mode 5 is geactiveerd gaan er gele waarschuwingslampen aan en klinkt de boodschap ""GLIDESLOPE, GLIDESLOPE" met een lage stem (zachte waarschuwing). Als de hoogte tot het terrein afneemt en/of de glidslope afwijking neemt toe, wordt de "GLIDESLOPE" boodschap luider en zal steeds herhaald worden (harde waarschuwing).
- Mode 6: Descent below selected minimum decision height. Mode 6 wordt geactiveerd wanneer het vliegtuig onder een geselecteerde beslissingshoogte daalt met het landinggesteld naar beneden. Dan zal de boodschap "MINIMUMS, MINIMUMS" klinken.
De GPWS gebruikt informatie uit divers vliegtuigsystemen, waaronder radio hoogte, luchtsnelheid/Mach getal, landingsgestel, GPS, FMS, flappositie en DH*setting.
GPWS Mk II (een recente modificatie) is ontwikkelt om audio en visuele waarschuwingen te geven als het vliegtuig een vliegpad heeft dat kan leiden tot een potentieel gevaarlijke situatie. Deze verschillende gevaarlijke omstandigheden die tijdens een vlucht kunnen voorkomen worden verdeeld in vijf modes:
- Mode 1: Excessive descent rate (zeer snel dalingstempo). Deze mode heeft een binnen- en buitengrens. Initiële penetratie activeert de waarschuwingslampen en twee "SINKRATE" audio boodschappen. Wordt er niet gecorrigeerd en gaat het vliegtuig de binnengrens in, dan verandert de audio boodschap in "WHOOP WHOOP PULL UP" dat zich continue zal herhalen tot de onveilige situatie is gecorrigeerd.
- Mode 2: Excessive terrain closure rate (zeer snelle afstandsvermindering tot terrein). Mode 2 has twee sub-modes, 2A and 2B. Mode 2A is actief wanneer de flaps niet in de landings-configuratie staan en 2B is actief wanneer de flaps in landingsconfiguratie staan. Als de grens wordt gepenetreerd gaan de waarschuwingslampen aan en hoort men twee "TERRAIN" boodschappen. Als de situatie niet gecorrigeerd wordt, verandert de audio boodschap "WHOOP WHOOP PULL UP".
- Mode 3: Loss of altitude after takeoff (or go-around) when not in landing configuration (Verlies van hoogte na de start of go-around zonder in landingsconfiguratie te zijn). Bij het penetreren van de grens gaan de waarschuwingslampen aan en klinken twee "DONT SINK" boodschappen.
- Mode 4: Insufficient terrain clearance when not in landing configuration (onvoldoende afstand tot terrein zonder in landingsconfiguratie te zijn). Deze mode heeft eveneens twee sub-modes, 4A en 4B. Wanneer mode 4A is geactiveerd en het landingsgestel niet naar beneden is, gaan de waarschuwingslampen aan en klinkt de boodschap "TOO LOW, TERRAIN". Onder een bepaalde terreinhoogte en snelheid wordt de boodschap gewijzigd in: "TOO LOW, GEAR". Als het landingsgestel naar beneden is maar de flaps zijn niet in landingsconfiguratie, wordt mode 4B geactiveerd en klinkt de "TOO LOW, FLAPS" boodschap.
- Mode 5: Descent below ILS glideslope (daling onder de ILS glideslope). Wanneer mode 5 is geactiveerd gaan er gele waarschuwingslampen aan en klinkt de boodschap ""GLIDESLOPE, GLIDESLOPE" met een lage stem (zachte waarschuwing). Als de hoogte tot het terrein afneemt en/of de glidslope afwijking neemt toe, wordt de "GLIDESLOPE" boodschap luider en zal steeds herhaald worden (harde waarschuwing).
- Mode 6: Descent below selected minimum decision height. Mode 6 wordt geactiveerd wanneer het vliegtuig onder een geselecteerde beslissingshoogte daalt met het landinggesteld naar beneden. Dan zal de boodschap "MINIMUMS, MINIMUMS" klinken.
De GPWS gebruikt informatie uit divers vliegtuigsystemen, waaronder radio hoogte, luchtsnelheid/Mach getal, landingsgestel, GPS, FMS, flappositie en DH*setting.