De Board of Inquiry onder leiding van rechter George H. Lockwood publiceerde in april 1985 het eindrapport over de noodlanding van Air Canada-vlucht 143 in Gimli; een interim-rapport verscheen op 21 juni 1984
2. Volgens de Board of Inquiry is het simplistisch en onjuist om de noodlanding van de Gimli Glider af te doen als een metrische verwarring; het ongeluk had een combinatie van oorzaken
2. Bij Air Canada-vlucht 143 werd de brandstof met druppelstokken gemeten en omgerekend met de factor 1,77, die liters omzet in ponden; de juiste factor voor kilogrammen was ongeveer 0,8
2. In Montreal werd voor Air Canada-vlucht 143 de 7.682 liter brandstof aan boord vermenigvuldigd met 1,77, wat 13.597 opleverde; iedereen dacht dat dit kilogrammen waren, maar het waren ponden
2. Op basis van de minimaal benodigde 22.300 kilogram brandstof had Air Canada-vlucht 143 volgens de Board of Inquiry ongeveer 20.000 liter moeten tanken, vier keer zoveel als er werd bijgetankt
2. Door de rekenfout vertrok Air Canada-vlucht 143 uit Montreal en Ottawa met maar de helft van de brandstof die de bemanning dacht te hebben
2. De Board of Inquiry stelde vast dat Air Canada-vlucht 143 met blanco brandstofmeters vertrok, in strijd met de Minimum Equipment List, die vertrek in die situatie niet toestond
2. De Board of Inquiry wees bij de Gimli Glider ook op tekortkomingen bij Air Canada, zoals de invoering van een metrisch toestel in een niet-metrische vloot, het niet toewijzen van de verantwoordelijkheid voor brandstofberekeningen en tekortschietende training
2. Met de Boeing 767 verdween bij Air Canada de derde man in de cockpit, die eerder het tanken controleerde; volgens de Board of Inquiry vulde Air Canada dat gat niet op, wat bijdroeg aan de noodlanding van de Gimli Glider
2.