Wat gebeurde er met Jeju Air-vlucht 2216?
Bijgewerkt do 13:06 · 11 bronnen
11 bronnen verwerkt
Jeju Air-vlucht 2216, een Boeing 737-800 van Bangkok naar Muan, maakte op 29 december 2024 na een vogelaanvaring een buiklanding op Muan International Airport en botste op een wal aan het einde van de baan; 179 van de 181 inzittenden kwamen om1. Bij de crash van Jeju Air-vlucht 2216 kwamen 4 bemanningsleden en 175 passagiers om; 2 bemanningsleden raakten ernstig gewond en overleefden1.
DODEN179
OVERLEVENDEN2
AAN BOORD175
Het antwoord in 5 onderdelen
Jeju Air-vlucht 2216 (7C2216) vertrok op 29 december 2024 rond 04:30 uur lokale tijd van Suvarnabhumi International Airport in Thailand met 6 bemanningsleden en 175 passagiers aan boord1. Jeju Air-vlucht 2216 werd uitgevoerd met de Boeing 737-800 HL8088, die in 2009 nieuw aan Ryanair was geleverd en sinds 2017 door Jeju Air werd geleased1. De verkeerstoren van Muan waarschuwde Jeju Air-vlucht 2216 om 08:57:50 voor vogelactiviteit; om 08:58:56 meldde de bemanning tijdens een doorstart een mayday wegens een vogelaanvaring1. Na de mayday draaide Jeju Air-vlucht 2216 om, landde zonder uitgeklapt landingsgestel op baan 19, schoot over de baan heen en botste op de wal met de localizer, waarna brand en een gedeeltelijke explosie volgden1.
Bij de crash van Jeju Air-vlucht 2216 kwamen 4 bemanningsleden en 175 passagiers om; 2 bemanningsleden raakten ernstig gewond en overleefden1.
De vluchtrecorders van Jeju Air-vlucht 2216 stopten allebei om 08:58:50; het toestel raakte de wal om 09:02:57, zodat de laatste ruim vier minuten ontbreken1. Toen de recorders van Jeju Air-vlucht 2216 stopten, vloog het toestel 161 kts op een drukhoogte van 498 ft1. In beide motoren van Jeju Air-vlucht 2216 werden veren en bloedsporen gevonden die volgens DNA-onderzoek van Baikaltalingen waren1. Het voorlopige rapport over Jeju Air-vlucht 2216 verscheen op 27 januari 2025; volgens het rapport worden de motoren gedemonteerd en wordt de betonconstructie aan het einde van de baan verder onderzocht2. In juli 2025 kregen nabestaanden van Jeju Air-vlucht 2216 tussentijdse bevindingen te zien waarin de bemanning na de vogelaanvaring mogelijk de nog werkende linkermotor uitschakelde; na hun protest werd de presentatie afgelast en de publicatie uitgesteld3. Volgens een niet gepubliceerde update van onderzoekers, die Reuters inzag, werd bij Jeju Air-vlucht 2216 de minder beschadigde linkermotor 19 seconden na de vogelaanvaring uitgeschakeld, terwijl de zwaarder beschadigde rechtermotor nog vermogen leverde4. Het ARAIB wilde de tussentijdse resultaten over Jeju Air-vlucht 2216 op 4 en 5 december 2025 in een openbare hoorzitting presenteren, maar de nabestaanden boycotten die en eisten dat het onderzoek onder het kantoor van de premier zou komen5. Het onderzoek naar Jeju Air-vlucht 2216 wordt inmiddels uitgevoerd door de ongevallenraad onder het kantoor van de Zuid-Koreaanse premier; op 1 oktober 2026 is er nog geen eindrapport6. Een door de regering bestelde simulatie, begin 2026 bekend geworden, concludeerde dat alle inzittenden van Jeju Air-vlucht 2216 zouden hebben overleefd als de betonconstructie onder de localizer er niet had gestaan7.
De Zuid-Koreaanse Rekenkamer (Board of Audit and Inspection) stelde op 10 maart 2026 dat het transportministerie de betonnen constructie bij de baan van Muan had gebouwd om kosten te besparen7. In augustus 2026 droeg de politie zeven ambtenaren van het transportministerie over aan het OM, omdat zij na de ramp met Jeju Air-vlucht 2216 persberichten zouden hebben opgesteld die ten onrechte stelden dat de localizer aan de regels voldeed6. Na de ramp met Jeju Air-vlucht 2216 besloot Zuid-Korea de betonnen localizerconstructie in Muan te verwijderen en te vervangen door een constructie van licht breekbaar materiaal8. Na de ramp met Jeju Air-vlucht 2216 moeten alle Zuid-Koreaanse luchthavens vogeldetectiecamera's en thermische radars installeren; de invoering staat gepland voor 20269.
Het ARAIB onderzoekt Jeju Air-vlucht 2216 met hulp van de Amerikaanse NTSB en het Franse BEA1. De pilotenvakbond van Jeju Air en de nabestaanden van vlucht 2216 verwierpen in juli 2025 dat de schuld bij de piloten werd gelegd en wezen op de betonnen wal aan het einde van de baan3. Volgens ICAO-richtlijnen moeten constructies binnen 300 meter van het einde van een baan die niet breekbaar zijn worden vervangen of verplaatst; volgens de politie wisten ambtenaren dat de localizer die Jeju Air-vlucht 2216 raakte niet aan de regels voldeed6. Bijna twee jaar na de ramp met Jeju Air-vlucht 2216 eisen de nabestaanden nog altijd opheldering en het aanwijzen van verantwoordelijken, onder meer via de parlementaire audit10. Jeju Air-vlucht 2216 is de dodelijkste vliegramp op Zuid-Koreaanse bodem en het eerste dodelijke ongeval in de geschiedenis van Jeju Air11.
IN DE ONGEVALLENDATABASE