VS: wat gebeurde er bij de crash van PAC 750XL N221BN in Butler, Missouri?
15 bronnen
Door Loes, redactie Airwork · Gepubliceerd 5 november 2026
15 bronnen verwerkt
Op 14 juni 2026 rond 11.25 uur plaatselijke tijd stortte een Pacific Aerospace 750XL met registratie N221BN kort na de start neer op het terrein van Butler Memorial Airport (BUM) in Missouri; de piloot en alle 11 parachutisten aan boord kwamen om, meldt de NTSB1. De NTSB leidt het onderzoek onder zaaknummer CEN26FA224; het voorlopig rapport noemt geen oorzaak en het eindrapport is nog niet verschenen1.

Het antwoord in 5 onderdelen
N221BN werd geëxploiteerd door Skydive Kansas City en vloog een lokale parachutistenvlucht onder Part 91, met vertrek en bestemming Butler Memorial Airport, meldt de NTSB1. De operator had volgens de NTSB die dag acht springvluchten gepland; de landingszone van de parachutisten, een vlak grasveld, lag op het vliegveld zelf1. Om 07.30 uur nam de manager van de operatie volgens de NTSB een monster uit de brandstoftankwagen; de Jet A was schoon. De piloot deed de preflight zonder bijzonderheden en zette de windgegevens per hoogte voor de springvluchten op een whiteboard1. De eerste springvlucht van N221BN vertrok volgens de NTSB om 09.20 uur met de piloot en negen parachutisten, de tweede om 10.32 uur met de piloot en tien parachutisten; beide keren verliepen de sprongen zonder problemen1. Om 10.55 uur werd N221BN volgens de NTSB bijgetankt met 15 gallon Jet A in de linker vleugeltank en 45 gallon in de rechter1. De derde vlucht van N221BN vertrok om 11.25 uur van baan 36. Op beveiligingsbeelden van een hangar op het vliegveld is volgens de NTSB te zien dat het toestel in de eerste klim een geleidelijke bocht naar links inzette die doorliep tot de vleugels ongeveer loodrecht op de grond stonden1. N221BN kwam volgens de NTSB met de neus omlaag neer in een vlak grasveld op het terrein van het vliegveld, ongeveer 445 voet ten westen van de zuidkant van de landingszone. Bij de brand na de inslag ging het wrak verloren1. Voor de ongevalsvlucht van N221BN zijn volgens de NTSB geen ADS-B-gegevens of andere trackgegevens gevonden1. Volgens de FAA werd er op het moment van het ongeval geen luchtverkeersdienst verleend, meldt ABC News2.
Aan boord van N221BN waren volgens de NTSB de piloot en 11 passagiers, allen parachutisten. Alle 12 inzittenden kwamen om; de NTSB meldt geen slachtoffers op de grond1. De Missouri State Highway Patrol bevestigde de 12 doden, meldt ABC News. Volgens sheriff Chad Anderson van Bates County zagen familieleden de crash gebeuren2. De lijkschouwer van Bates County maakte op dinsdag 16 juni de namen van de 12 omgekomen inzittenden bekend, meldt FOX4 Kansas City3.
De NTSB leidt het onderzoek naar de crash bij Butler als onderzoek van klasse 2, met Michael Hodges als investigator-in-charge1. Aan het NTSB-onderzoek nemen volgens het voorlopig rapport de FAA, de Nieuw-Zeelandse TAIC met fabrikant NZAero, de Canadese TSB met motorbouwer Pratt & Whitney Canada, de Duitse BFU met MT Propeller en de operator Skydive Kansas City deel1. De Nieuw-Zeelandse TAIC heeft voor het NTSB-onderzoek naar N221BN een geaccrediteerde vertegenwoordiger aangewezen4. NTSB-woordvoerder Jennifer Gabris zei na het ongeval dat de NTSB radargegevens, weersinformatie, onderhoudsgegevens en de medische gegevens van de piloot zou opvragen, meldt KCUR5. Het voorlopig rapport van de NTSB werd op 2 juli 2026 bekend, meldt KY3; een waarschijnlijke oorzaak had de NTSB toen niet vastgesteld6. Bij het onderzoek van het wrak zijn volgens de NTSB alle grote constructiedelen op de plek van het ongeval gevonden. Ze waren zwaar beschadigd door de brand, net als de besturing van hoogteroer en richtingsroer1. De Pratt & Whitney Canada PT6A-34-motor vertoonde volgens de NTSB sporen die passen bij een motor die bij de inslag vermogen leverde. Er waren geen aanwijzingen voor een storing vooraf die normale werking had kunnen verhinderen1. Een brandstofmonster uit de tankwagen van de operator was ook na het ongeval schoon, meldt de NTSB1. De linker en rechter rolroerkabels zijn volgens de NTSB naar het materialenlaboratorium van de NTSB gebracht. Meerdere beschadigde GoPro-camera's uit het wrak gingen naar het NTSB-lab voor vluchtrecorders1. Volgens de dropzonesoftware van de operator viel de ongevalsvlucht binnen de grenzen voor gewicht en zwaartepunt, meldt de NTSB; het maximale startgewicht van het toestel is 7.500 pond. Het klembord waarop de piloot ladingsnotities en brandstofberekeningen bijhield, is niet in het wrak gevonden1. Het toestel had geen crashbestendige voice- of datarecorder en dat was ook niet verplicht, meldt de NTSB1. Bij het ongeval heersten volgens de NTSB zichtcondities (VMC) bij daglicht1. Het dichtstbijzijnde weerstation, Harrisonville (KLRY) op 19 zeemijl, meldde om 16.15 uur UTC (11.15 uur plaatselijke tijd) wind uit 360 graden met 10 knopen en windstoten tot 15 knopen, 10 mijl zicht, onbewolkt, 23 graden bij een dauwpunt van 12 graden en QNH 30.13 inch: KLRY 141615Z AUTO 36010G15KT 10SM CLR 23/12 A30137. Een eindrapport met de waarschijnlijke oorzaak verwacht de NTSB één tot twee jaar na het ongeval, meldt KCUR5.
We zoeken hierover in de kennisbank en bij leden.
De piloot had een commercial pilot certificate met instrumentbevoegdheid, ruim 4.100 vlieguren en een laatste flight review op 5 oktober 2025. Hij werkte als zelfstandige en vloog zijn tweede seizoen als springpiloot voor de operator, meldt de NTSB1. Springvluchten met betalende passagiers vallen in de VS onder Part 91. Daarvoor zijn volgens de NTSB geen operating certificate, operations specifications of door de FAA goedgekeurde trainings- en onderhoudsprogramma's nodig1. De parachutisten zaten volgens de operator achterstevoren schrijlings op twee banken in de cabine, met een heupgordel, meldt de NTSB1. Op 18 februari 2024 stortte bij het vliegveld Grenchen in Zwitserland een PAC 750XL (HB-TCP) neer tijdens het afzetten van parachutisten. Volgens de SUST raakte een parachutist na het ongewild openen van zijn reserveparachute het horizontale staartvlak, dat van het toestel losraakte; de piloot droeg geen parachute en kwam om8. De SUST haalde in dat rapport de Zwitserse aanbeveling uit 1998 aan dat piloten die parachutisten afzetten een parachute dragen8. In februari 2016 maakte een PAC 750XL van Air Kasthamandap (9N-AJB) in Nepal een noodlanding na vermogensverlies; beide piloten kwamen om, de negen passagiers overleefden. Volgens het officiële onderzoek was een beschadigd lager in de motor de oorzaak, meldt The Kathmandu Post9. De NTSB streeft ernaar een onderzoek binnen 12 tot 24 maanden af te ronden. Het onderzoek loopt van fact finding ter plaatse via analyse naar een eindrapport met de waarschijnlijke oorzaak, gevolgd door veiligheidsaanbevelingen aan onder meer toezichthouders en fabrikanten10. Via het partijensysteem kan de NTSB andere organisaties en bedrijven als partij bij een onderzoek betrekken. Strafrechtelijk onderzoek doet de NTSB niet: het gaat alleen om transportveiligheid en de waarschijnlijke oorzaak10. In Nederland onderzoekt de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) luchtvaartongevallen. De Raad is een zelfstandig bestuursorgaan dat onafhankelijk werkt van de overheid en andere partijen11. Bij bepaalde voorvallen in de luchtvaart is de Onderzoeksraad voor Veiligheid wettelijk verplicht onderzoek te doen; in andere gevallen kiest de Raad zelf12. Onderzoekers van de OVV staan 24 uur per dag paraat voor een verkennend onderzoek ter plaatse; op basis van de eerste bevindingen besluit de Raad of er een onderzoek komt13. Voor publicatie stuurt de OVV een conceptrapport naar de betrokken partijen, die volgens de wet standaard vier weken krijgen om de feiten te controleren. Alle opmerkingen staan met toelichting in een inzagetabel bij het eindrapport14. Partijen die een aanbeveling van de OVV krijgen, laten binnen zes maanden weten hoe zij die opvolgen; de Raad beoordeelt de reacties en publiceert daarover15.
IN DE ONGEVALLENDATABASE
VERDER IN DE KENNISBANK